Voorbij stereotypen: over mijn Pippi, Tommy en Annika

Met een kloppend hart kwam mijn eerste blog afgelopen maand online. Jee, hoe spannend kan iets zijn. Ik vond het heel spannend. Mijn hoofd liep over van twijfels; had ik mezelf niet tot een karikatuur vermaakt, een afgezaagd stereotype, hoe zou iemand me ooit nog serieus nemen? Met een hele luide stem riep er iemand in mijn hoofd: What were you thinking!!!

Tsja, wat ik dacht….Ik bedacht dat ik graag schrijf en daar graag meer ervaring in op wil doen. Een vriendin wees mij een tijdje terug op een quote van Pipi Langkous:

“Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk wel dat ik het kan.”

Zo dacht ik ook. Weliswaar niet all the time. `s Nachts in bed met al m`n gepieker ben ik nooit zo dapper en zie ik vooral wat ik allemaal niet kan en wat er allemaal mis kan gaan. Hele scenario`s zijn het, waarmee je zo naar Stanley Kubrick zou kunnen. Desalniettemin, mocht dat de pret niet drukken en sprak ik mezelf moed in. Ik channelde mijn inner Pipi en ging ervoor. Nu, zoveel leuke, geïnteresseerde en lieve reactie`s later, ben ik daar blij mee, met die inner Pipi.

Zo’n stereotype tuthola als Annika ben ik zeker af en toe

Grappig, want ik heb mezelf nooit zo als een Pipi gezien. Vond haar altijd een beetje raar, met dat paard in huis en die rare schoenen. Ik identificeerde mezelf altijd wat meer met Annika, of nee eigenlijk met Tommy. Enigszins argwanend, wel met humor en ook uitgedaagd door het avontuur. Ik realiseer me nu dat ik niet precies één van die drie ben. Blijkbaar heb ik ook een stukje Pipi in me (misschien vindt iemand anders mijn schoenen ook wel raar…) en zo’n tuthola als Annika ben ik zeker af en toe.

Ik zie nu dat het drie stereotypes zijn. De een dapper, maar vreemd, slordig en ook een tik onbetrouwbaar. De ander bangig, degelijk en netjes, dodelijk saai en ook nog een klikspaan. En de jongen die daar tussen in lijkt te laveren en dapper maar betrouwbaar is. Hij is netjes en toch een boefje. Dat is ook wat, dat er keuze is tussen 2 meisjes: wild, met rare schoenen en onbetrouwbaar, of netjes, met suffe jurkjes en een klikspaan. Je bent of het een of het ander. In tegenstelling tot het jongetje, die herbergt allerlei diverse kwaliteiten in zich en is ook nog leuk.. Ho, dit is een andere blogNevermind.

Hmmm, Pippi, Annika of Tommy?

Terug naar die stereotypes. Die zitten wel diep in mijn systeem. Want wie ben ik dan? Een beetje Tommy, een beetje Annika en blijkbaar ook een beetje Pipi. Ik heb me lang niet gerealiseerd dat ‘degelijk’ en ‘dodelijk saai’ geen vaste combinatie hoeven te zijn. Je kunt heel degelijk zijn, maar ook heel interessant. It`s all in the eye of the beholder. Dus ik pas in allerlei stereotypes en toch ook weer niet. Zo ben ik, onder andere, een boerendochter uit een klein Brabants dorpje. But don`t let that fool you.

Ik heb nog nooit op een tractor gezeten en heb nooit mee hoeven helpen bij het voeren, schoonmaken of andere typische boerderijactiviteiten (misschien een keer voor een foto). Als kind speelde ik met mijn My Little Ponys en ordende de kratten vol met Suske en Wiske’s als een ware aspirant bibliothecaris. Ik voldoe niet aan het stereotype van een boerendochter, maar ik ben het wel. Ik heb namelijk een truckload aan verhalen over opgroeien op een boerderij. Over losgebroken stieren, spelen in de hooischuur (wat absoluut niet mag, nooit gedaan hoor pap!) en de geur van mest.

Wie bepaalt de regels? En wie de stereotypen?

Aan welke voorwaarden moet je eigenlijk voldoen om jezelf een boerendochter te mogen noemen? Mag ik dat zelf weten of vinden anderen daar iets van? Waarschijnlijk wel. De mensen die me in die tijd hebben gekend zouden mij namelijk niet als een “echte”, stereotype, boerendochter omschrijven. Mensen in het algemeen lijken een andere verwachting te hebben van boerendochters dan waar ik aan voldoe. En dat zou wel eens lastig kunnen zijn als ik, om maar eens een idee te noemen, bijv. bij de Boerendochter-vereniging zou willen horen en daar zou blijken dat ik om daar bij te mogen heel veel op een tractor had moeten zitten. Dan hoor ik er dus niet bij. Terwijl een deel van mij zich wel verwant voelt. Hmm, dat zou vervelend zijn. It makes me wonder; Wanneer hoor je nou ergens echt bij en wie bepaalt dat?

Is het omdat je maar één identiteit kan hebben?’

Nu kun je natuurlijk aanvoeren dat het raar is als ik daarbij wil horen. Als het over tractor rijden of hooien gaat, dan kan ik daar niet over meepraten. Maar wie kan er altijd over alles meepraten? Wie heeft alles ook zelf ervaren? Zo`n mens bestaat niet. Vaak is het prettig om met mensen te praten die in een zelfde setting hebben geleefd, die begrijpen hoe sommige dingen voelden. Dingen waar soms geen woorden voor zijn, maar een gevoel wat je bij is gebleven. Het kan ook fijn zijn omdat ik op deze manier meer inzicht krijg in wat mijn ouders hebben ervaren, en dat maakt dat ik me beter kan inleven in de mensen waarvan ik hou.

Kunnen we het erover eens zijn dat het raar zou zijn om mij te weigeren bij de Boerendochter- vereniging? Het feit dat ik een deel van mezelf met boerendochters identificeer zou voldoende grond moeten zijn, toch?

Diversiteit dat ben je zelf

Waarom loopt dit dan zo vaak anders? Ik zie allerlei voorbeelden om me heen van mensen die zich identificeren met iets, met stereotypen, maar daar ook allerlei onzekerheid bij tegenkomen. Onzekerheid gevoed door jezelf en door anderen. Ben ik wel voldoende? Is dit wel oprecht? Maar waarom hangen we allerlei regels aan identiteit? Is het omdat je maar één identiteit kunt hebben? Anders is het niet echt? Je kan niet èn een aspirant-bibliothecaris èn een boerendochter zijn. Who says so?

Ik ben geen eendimensionaal stereotype en dat zijn de mensen in mijn omgeving ook niet. Geen enkel mens is dat. Je bent niet alleen een ‘extraverte, koppige Nederlander’, je bent niet alleen een ‘netjes en zorgzaam meisje’ ik ben niet alleen een ‘leeuwachtig, Suske en Wiske lezende, boerendochter. Het komt er op neer dat we allemaal meer zijn dan dat. Dat heb ik al een tijd geleden voor mezelf besloten. Ik ben die boerendochter, met die innerlijke leeuw, die verslaafd is aan lezen, altijd misselijk wordt in vliegtuigen en boten en toch stug door blijft reizen, koppig tegen de klippen op, maar altijd geïnteresseerd in de ander. I could go on and on en dat is belangrijk.

Want daar begint volgens mij positief omgaan met diversiteit; bij de diversiteit in jezelf!

Dus, wie ben jij, wat draag jij allemaal in je? En hoe maakt dat jou tot wie je bent? Think about it, en maak je eigen nieuwe stereotype. We kunnen wel wat nieuwe gebruiken!

Share on Google+0Share on LinkedIn15Pin on Pinterest0Tweet about this on TwitterShare on Facebook23Email this to someone

About Mieke Siebers

Mieke is Globe Smart Kids’ Dutch marketing colleague, based in the Netherlands. With her multicultural family in mind, she passionately writes about diversity in her daily life.